Home » Handhaving in de Rosse Buurt.

Handhaving in de Rosse Buurt.

Handhaving in de rosse buurt

‘Kom hondje! Deze kant op!’

De leenhond noemen we ‘Hondje’. Adequaat en makkelijk te onthouden bovendien.

Hondje en ik gaan uit. Hondje rent vooruit naar de gracht. Daar hurkt ze opgelucht naast de eerste boom. Ik ren achter haar aan, met de riem in de hand.

Bij de boom lijn ik Hondje aan. Vanuit mijn ooghoek zie ik een uniform naderen. En nog één. Ik hou m’n hart vast… Ja hoor, een derde; handhaving.

‘Is dit uw hond?’ Ik antwoord ontkennend. Tenslotte is Hondje bij mij op bezoek. Het conflict ontstaat stante pede. Mevrouw ziet toch duidelijk dat ik een hond aan de lijn heb! Ik bedwing de neiging om haar uit te leggen dat de vraagstelling niet klopt, om de zaak niet uit de hand te laten lopen.

Maar de vrouw voelt zich te kakken gezet. Ik leg uit dat dit hondje bij mij logeert. Nu is de boot aan. Dus de hond hoort wel degelijk bij mij! Mocht er al enige goodwill zijn geweest bij aanvang van onze ontmoeting, dan heb ik dat nu verspeeld: ‘Uw hond liep los! Dat mag niet! Ik moet u bekeuren.’

Ik heb moeite met het woord ‘moeten’ in deze. Er is niemand die zegt dat dat moet. Mevrouw mag ook beslissen haar hand over haar hart te strijken en mij, bij wijze van enorme uitzondering met een waarschuwing heen te zenden. Hondje is al aan de lijn tenslotte. Maar dit terzijde.

Ik voel het volgende punt van onmin al ras naderen; de identiteitscontrole.  Om mevrouw tegemoet te komen, mede omdat ze de kunst van het ondervragen niet onder de knie heeft, vertel ik uit mezelf dat ik geen ID kan overleggen.

Nu heb ik het helemaal verbruid: ‘Dan moet ik u twee keer bekeuren! Waar woont u?’ Mevrouw besluit dat we met z’n allen naar mijn huis lopen. Even overweeg ik de hond los te maken zodat ze in elk geval haar behoefte kan doen. Maar ik ben empathisch aangelegd en vrees voor het geestelijk welzijn van mevrouw dus dat idee verwerp ik. Al heb ik daar nu spijt van want Hondje verdiende mijn empathie, in tegenstelling tot deze vrouw. Zij had beter thuis op haar bank kunnen blijven liggen. Lekker roken en friet eten.

We lopen gezamenlijk op. Hondje, mevrouw Handhaving en ik. En de twee mannelijke collega’s, die zich opvallend op de achtergrond houden. Het is een hele optocht, Hondje voorop.

Bij de deur aangekomen vliegt de schat de trap op, alsof ze een volwaardige wandeling achter de rug heeft. Ik loop achter haar aan en pak mijn paspoort. Het is verlopen.

Zuchtend loop ik weer richting inquisitie. Mevrouw vraagt volledigheidshalve of de hond een penning heeft, terwijl ze mijn paspoort aanpakt. Ik heb er tabak van. Ik kijk haar collega’s aan: ‘Wat vinden júllie hier nou van?’ Ze schutteren en worden ongemakkelijk van mijn vraag.

Heb ik behalve drie bekeuringen, toch nog iets bereikt.

Duik jij ook achter een boom als je handhaving ziet? Deel ‘t! Gedeelde smart is halve smart!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *